Woorden in prenten

Auteurs: Josée Coenen en Marion Nout, met medewerking van
Marije Heijdenrijk en Rita Noordermeer

woorden in prenten

 

Wat?

Een uitgave in twee delen van tien bewerkte bekende prentenboeken, met per prentenboek vijf woordenschatlessen, waarmee anderstalige leerlingen hun Nederlandse woordenschat uitbreiden met gemiddeld 75-tot 80 woorden (Handleiding voor de leerkracht met een ingeplakte cd met alle teksten en evaluatieformulieren erop).

De woordenschatlessen bevatten:

  • concrete aanwijzingen voor het aanleren van de woorden;
  • concrete aanwijzingen voor het oefenen van de woorden, ook met coöperatieve werkvormen;
  • creatieve verwerkingsvormen voor onder meer handenarbeid- en tekenlessen.

In totaal kunt u zo de leerlingen 800 woorden in tien weken aanleren, op een plezierige en natuurlijke wijze.

Doel

Op een plezierige manier het leren van 75-80 woorden uit een prentenboek per week (totaal tien prentenboeken) voorafgaand aan het voorlezen van de prentenboeken aan de hele, al dan niet gemengde, groep Nederlandstalige en anderstalige leerlingen.

Welke prentenboeken?

Deel 1 berstaat uit:

prentenboeken
  1. Rupsje Nooitgenoeg, Carle, Eric, Gottmer, Haarlem, 1989.
  2. Wil je mijn vriendje zijn?, Carle, Eric Gottmer, Haarlem, 1990.
  3. Plons, Waddell, Martin en Jill Barton, Lemniscaat, Rotterdam, 1994.
  4. Nandi’s verrassing, Browne, Eileen, Middernacht Pers, Naarden, 1998.
  5. Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft, Holzwarth, Werner en Wolf Erlbruch, De Vries en Brouwers, Antwerpen, 1991.

Deel twee bestaat uit:

  1. Koen wil een wolk, Argues, Isabel en Angela Pelaez, De Vier Windstreken, Rijswijk, 2001.
  2. Welterusten, kleine beer, Waddell, Martin en Barbara Firth, Lemniscaat, Rotterdam, 1988.
  3. Borre en de nachtzwarte kat, Wagner,Jenny en Ron Brooks, Lemniscaat, Rotterdam, 1978.
  4. Zwemmie, Lionni, Leo, Kluwer, Deventer, 1968/ Rubenstein, Amsterdam.
  5. Max en de maximonsters, Sendak, Maurice, Lemniscaat, Rotterdam, 1968.


Waarom?

Ieder kind houdt van prentenboeken, ook de anderstalige kinderen … Alleen spreken veel anderstalige leerlingen die in groep een komen, geen of weinig Nederlands. Terwijl ze veel Nederlands nodig hebben om het onderwijs te volgen. Prentenboeken kunnen op een natuurlijke, plezierige manier bijdragen aan het uitbreiden van de Nederlandse woordenschat, omdat immers veel woorden in prentenboeken afgebeeld zijn.

Als de leerkracht een prentenboek voorleest, verstaat een anderstalig kind meestal niet wat er verteld wordt. Onderzoek heeft laten zien dat een kind 90 % van de woorden uit een tekst of een verhaal moet kennen om tot een globaal begrip te komen. Die 90% van de Nederlandse woorden beheerst een anderstalig kind meestal niet. Om wel tot dit begrip te komen, dient er vooraf aan het voorlezen of vertellen van een prentenboek eerst woordenschatlessen Nederlands te worden gegeven, en, nog liever, eerst het hele verhaal in de eigen taal te worden voorgelezen.

De oorspronkelijke teksten van de prentenboeken hebben we herschreven tot een vereenvoudigde tekst van 75-80 woorden. Deze woorden leren we eerst aan. In vijf lessen onderwijzen we dan 15 woorden per les. Dan hebben we 100% tekstdekking van de vereenvoudigde tekst en ongeveer 90% van de oorspronkelijke tekst.

Pas als de woorden zijn aangeleerd, leest de aankomende leerkracht de oorspronkelijke tekst voor, bij voorbeeld aan gemengde groepen. De anderstalige leerlingen verstaan en begrijpen nu veel meer van de oorspronkelijke versie dan wanneer ze deze woordenschatlessen niet hadden gehad. En hun Nederlandse –actieve en passieve- woordenschat is aanmerkelijk uitgebreid... en op een plezierige, natuurlijke manier.

Achtergrondprentenboeken

Deze uitgave komt voort uit de uitgave Prentenboeken en het Nt2-onderwijs, Materialen Anderstaligen Pabo, Amsterdam/ Utrecht, 2008 vierde herziene druk.

Auteurs

Josée Coenen en Marion Nout (tot voor kort docent opleider Nederlands/Nt2 aan de Hogeschool Amsterdam, Montessori-opleiding): keuze prentenboeken en algemene opzet.
Marije Heijdenrijk (onder meer trainer Coöperatieve leerstrategieën Bazalt teVlissingen): verwerkingsoefeningen (coöperatief leren).
Rita Noordermeer (tot voor kort docent beeldende vakken Hogeschool Utrecht) voor de beschrijving van de uiterlijke vorm en de tekentechnieken; verwerkingsoefeningen.

Hoe te gebruiken?

De prentenboeken sluiten aan bij thema’s die gangbaar zijn in groep een, groep twee en eventueel groep drie.

Stand van zaken

Bent u op zoek naar prentenboeken uit Woorden in prenten? U kunt een ppt. van Nandi, Zwemmie, en Koen via het contactformulier aanvragen. 
 

Bestellen

Bestel een exemplaar van Woorden in prenten, bestaande uit deel 1 en deel 2, 2x 152 blz. met elk 2 bijgevoegde cd's, prijs 92,00 euro: